
Jurisprudentie
AR8368
Datum uitspraak2004-12-21
Datum gepubliceerd2004-12-29
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200410271/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2004-12-29
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200410271/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 13 december 2004, kenmerk RUI/AJZ/am/1562, heeft verweerder op grond van artikel 10.63, tweede lid, van de Wet milieubeheer een ontheffing verleend aan de Stichting Welzijn Jeugd en Jongeren Lingewaal voor een tweetal vreugdevuren in de kernen Asperen en Heukelum tijdens de jaarwisseling van 2004-2005.
Uitspraak
200410271/2.
Datum uitspraak: 21 december 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen :
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Lingewaal,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 13 december 2004, kenmerk RUI/AJZ/am/1562, heeft verweerder op grond van artikel 10.63, tweede lid, van de Wet milieubeheer een ontheffing verleend aan de Stichting Welzijn Jeugd en Jongeren Lingewaal voor een tweetal vreugdevuren in de kernen Asperen en Heukelum tijdens de jaarwisseling van 2004-2005.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 15 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 17 december 2004, beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 december 2004, waar verzoekers in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door J.P.M. Alberse, burgemeester, zijn verschenen.
De Voorzitter heeft
I. de voorlopige voorziening getroffen dat indien op oudejaarsdag om twaalf uur 's middags naar het redelijk oordeel van het college van burgemeester en wethouders 's avonds de windrichting met windkracht 3 of meer tussen OZO en ZZO zal zijn, het vreugdevuur in de kern Asperen ofwel wordt verboden ofwel dat van gemeentewege wordt toegezien op de naleving van de aan de ontheffing verbonden voorschriften;
II. gelast dat de gemeente Lingewaal aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 136,00) vergoedt.
Daartoe heeft hij het volgende overwogen.
Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. Bij het bestreden besluit heeft verweerder onder meer een ontheffing verleend voor het organiseren van een vreugdevuur op de hoek Leerdamseweg/Nieuwstraat in de kern Asperen. Ter zitting is komen vast te staan dat deze plek op een afstand van circa 72 tot 88 meter van de woningen van verzoekers ligt.
Verzoekers vrezen dat, net als voorgaande jaren, sprake zal zijn van overlast, waaronder rookhinder, vooral vanwege het verbranden van niet toegestane materialen in het vreugdevuur als gevolg van onvoldoende toezicht. Er is met name sprake van overlast als de windrichting voor verzoekers ongunstig is. Verder vrezen zij dat bomen in de omgeving brandschade zullen ondervinden, net als in voorgaande jaren.
Verweerder acht het voldoende dat particuliere toezichthouders van de Stichting Welzijn Jeugd en Jongeren Lingewaal bij het vreugdevuur aanwezig zullen zijn. Ter zitting heeft verweerder betoogd dat eventueel aan de ontheffing een aanvullend voorschrift zou kunnen worden verbonden met betrekking tot de windrichting, net als bij het vreugdevuur in de kern Heukelum.
De Voorzitter overweegt dat toezicht door particulieren op de naleving van de aan de ontheffing verbonden voorschriften, gelet op de ervaringen met het organiseren van vreugdevuren in de afgelopen jaren, onvoldoende moet worden geacht. De Voorzitter acht dan ook van belang dat, om tijdens komende jaarwisseling overlast bij de woningen van verzoekers te voorkomen, de windrichting en windkracht worden bepaald alvorens wordt besloten tot het ontsteken van het vreugdevuur over te gaan, en vervolgens, indien dat noodzakelijk blijkt te zijn, een van gemeentewege aangestelde toezichthouder aanwezig is dan wel dat het vreugdevuur wordt verboden. Gelet op het vorenstaande heeft de Voorzitter het, na afweging van de betroken belangen, noodzakelijk geacht de eerdergenoemde voorlopige voorziening te treffen.
Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Heijstek-van Leussen, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt w.g. Heijstek-van Leussen
Voorzitter ambtenaar van Staat
353.

